Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kant, die geen lijfelijken koning te guUlotineeren, doch een doode Godheid op te ruimen had, verbond dan ook aan zijn republikeinsche projecten geenszins den waan van 's menschen ingeboren goedheid. Deze heeft hem zelfs in Rousseau uitermate geërgerd — maar toch deelde hij Rousseau's gezindheid, daar deze was de gezindheid van den ganschen tijd, de projectie van des tijds Noodwendigheid, hoe ook door elkeen met andere redenen omkleed, in verband met elks aandeel in de groote taak van Herkenning en Opheffing.

Prometheus Verheerlijkt.

Hoezeer de Fransche Revolutie in haar latere gedaante een poging was, om de ideeën van Rousseau in daden om te zetten, wordt wel aangetoond door het eigenaardige feit, dat er letterlijk geen artikel van het Contrat Social is, of het heeft gedurende de Revolutie, hetzij in een redevoering, in een courantenartikel, in een proclamatie als argument en grondslag dienst gedaan. Dit teekent, met vele andere verschijnselen, de Revolutie als naïef en sterk pathetisch, en als maar in zeer geringe mate „practisch" — juist deze naïeveteit, dit volkomen gemis aan omzichtigheid en voorzichtigheid, aan „gezond verstand" deed de Revolutie slagen. De ovenvinning van den Jacobijnschen geest over den Girondijnschen heeft men niet ten onrechte vergeleken bij de overwinning van Rousseau-sch pathos over Voltairiaansch rationalisme. Zeker is dit laatste bruikbaarder en houdbaarder, maar er gaat nu eenmaal voor menschen tot zware diaden geen bezieling uit van het houdbare en bruikbare, maar wel van het pathetische en verhe-

Sluiten