Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wahrheit" vertelt en waarin bij, als trouwens vaker, Shakespeare vergeleek roet Prometheus-den-Menschenschepper. Ook den jongen Goethe-zelf was de bijnaam „Prometheus", waarmee hem een vleiende vriendenschaar te tooien placht, lang niet ongevallig. Dit alles teekent zijn Prometheus-opvatting. Wel is Prometheus opstandig, maar niet in dienst van een algemeen-menschelijk ideaal, en alleen voor zoover het noodig is tot eigen zelfbevrijding. Heeft hij die bevochten, dan wil hij desnoods... minister van Jupiter worden.

Minerva wees hem de bron, waaruit zijn schepselen leven dronken; de Wijsheid dient niet den Heerscher, maar den Dichter, zij-alleen kroont hem tot koning in zijn zelfgeschapen rijk: „Der Kreis, der meine Wirksamkeit erfüllt." Daarin begeert hij rust. Zijn houding tegenover „de Goden'* — de machthebbers op aarde — is een minachtend medelijden met hun armetierig leven, dat zich voedt aan offers van onnoozelen en slaven, maar zoo zij hem ongemoeid laten, dan laat hij ook hen ongemoeid. Geen mart el aarPrometheus, geen hervormer-Prometheus, de kunstenaar, die voor zichzelven rust en vrijheid begeert. Zooals Goethe zelf was, zoo zag hij, zoo eerde hij Prometheus. Wat zich in hem moge hebben gewijzigd, deze kern van zijn wezeb bleef, deze geest ademt zijn „Dichtung und Wahrheit"» overal. „Jupiter" sloeg elders, Jupiter sloeg anderen met zijn bliksem, en „Prometheus", zich eigen vrijheid bevochten hebbend — als een gelukkige en evenwichtige Tasso, overvloedig toegerust met Antonio's bedachtzaamheid, levend aan het hof van een modern Ferrara -— Prometheus zag toe en ging zijns weegs. Fichte werd verjaagd als atheïst en Goethe roerde zich tot geen ander oordeel, dan dat de waarheid soms verzwegen moet worden. „Als zulk een Godheid zich opricht, breekt zijn hoofd door bet

Sluiten