Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(tegenover de Almacht), waarvan in den egocentrische de spotvorm wordt aangetroffen, 'twelk zich in Byron's tijdgenoot, Walter Scott, zoo duidelijk uitwijzen laat

Het overwegend-intellectueele karakter van GoethePrometheus blijkt vooral ook duidelijk uit de rustige aanvaarding van het Kwaad — aanvaarding die dan ook wel ' te lichter valt, naarmate eigen idealen meer een intellectualistisch, dan een ethisch karakter dragen, maar die er in dezen vorm en in deze volkomenheid toch op wijzen, hoezeer Goethe zijn tijd en zelfs zijn nageslacht vooruit is geweest. En in Faust — de bekende karakteristieke regelen over Mephisto — èn dn „Tasso" — Tasso's uiting! over „liefde en haat", die aan de oud-Grieksche opvattingen van de Wereldliefde en den Wereldhaat doet denken — èn in „Dichtung und Wabrheit", de dichterUjk-metaphysische jeugd-beschouwing over het ontstaan der dingen en de verhouding van de Godheid tot Lucifer in hunne eeuwige wisselwerking — overal is het „Kwaad" als een relatie, een noodwendige werking, als de „negatieve" zijde des levens opgevat, als de „condensie-kracht" tegenover de „goddelijke" expansiekracht, als het middelpunt-zoekende tegenover het middelpunt-vliedende, juist zooals wij nu in het „Kwaad" het eeuwige stellensbeginsel, in het „Goedi" het eeuwige opheffingsbeginsel zien. In Goethe's geest is derhalve voor een Heiland, voor een Heilstaat geen plaats, terwijl (of doordat) Goethe's hart er het heimwee niet naar kent, en in overeenstemming daarmee is dan ook Prometheus' wereld wel de wereld van een, die in vrijheid schept, maar het is volstrekt geen „Blijde Wereld" — niet het materialistische en insipide Luilekkerland-Paradijs der dogmatisch-Christelijke litteratuur, maar ook niet de Blijde Wereld van Schiller, Shelley en Rousseau. Nauwelijks gevormd, vergrijpen zich Prometheus' schepselen aan

Sluiten