Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oog op eerbaarheid en fatsoen, op die „Orde", waarvan Goethe zegt in zijn „Götz", dat elk roofdier ze verlangt, om in vrede zijn prooi te kunnen verslinden. De training, door heeren en dames in de school van Addison en Richardson genoten, voor genen om altijd over „verheffende" dingen te denken en het oog omhoog te richten, voor dezen om zich buiten „de politiek" te houden, de „Clarissa Harlowe'" en de „Pamela"-moraal kwam reactionnair Engeland nu uitnemend te pas.

Voor wie de hand uitstak naar deze hoog-zedelijke bemoeiingen — hing men trouwens de arme drommels niet tot hun eigen bestwil op? — had men twee etiketten, welke op de massa werkten als roode lappen op een stier: atheïst en Jacobijn. Wilberforce, die in het parlement dorst pleiten voor de afschaffing der slavernij; Romilly — de latere advocaat van Lady Byron — die aandrong op vermindering van het aantal doodstraffen, kregen het allebei op de borst geplakt. En duidelijker dan ooit zien we den toestand, dSen reeds Morus hekelde, dat de maatschappij zelf de misdadigers kweekt, om ze daarna met groot vertoon van zedelijken afschuw ter dood te brengen — maar met dit verschil tusschen deze en vroegere maatschappijen, dat de „heilige verontwaardiging" — hoe ook redeloos, toch eerlijkt — van weleer, thans een schijnheilig vertoon van verontwaardiging is, met als eenig doelwit het verlangen, zich in rust en „Orde" te mesten en te verrijken. Emerson getuigt van het Engeland dier jaren, dat de Kerk er verkocht en verrot is, voos als een gepleisterd graf. De meest gematigde bijbelcritiek wordt niet geduld en niet gehoord, overal speurt thans het opgeschrikte levensinstinct rondom zich den dreigenden doodswil, die in erkenning en opheffing onmerkbaar nadert; het ontbindend karakter van het denken is te klaar gebleken, in een razernij;

Sluiten