Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een onweerstaanbare bekoring en aantrekking uitging — Byron voelde en erkende ze als futiliteiten, maar zijn temperament was dit inzicht soms te machtig en zijn heele leven bleef er in al zijn doen en laten iets van den knaap, die bleek werd van emotie, toen op school den eersten keer de hooge titel met zijn naam werd afgelezen!

Scott had alle typisch maatschappelijke deugden: na het faillissement van zijn uitgever, dat hem ruineerde, wees hij elke financieele hulp, zelfs die van den koning, af en slaagde er in, door eigen arbeid het tekort weer aan te zuiveren —i Byron betaalde zijn schulden niet en zou waarschijnlijk zijn dichterlijk genie te goed hebben geacht om het in dienst te stellen van een dergelijk braaf-burgerlijk doel.

Scott was een trouw echtgenoot en een teeder vader, Byron liep weg van zijn bekrompen, jaloersche vrouw, verwaarloosde zijn maatschappelijke plichten, omdat zijn „goede naam", zijn reputatie in het oog van reactionnair Engeland — dat hoogste goed van Walter Scott! — hem onverschillig was, maar hij deelde met de armen, streed voor de verdrukten en was van schoolknaap af een edelmoedig vriend. Kleine knapen, door ouderen verdrukt, nam hij in zijn bescherming, slaag, voor zijn kameraad bestemd, liet hij zich welgevallen. Als kind meegenomen naar een voorstelling van „De Getemde Feeks", hoorde hij daar op het tooneel de zon uitmaken voor de maan. Woedend vloog hij op. „En ik verzeker u, sir, het is toch de zon." Levenslang is hij woedend opgevlogen, als hij de zon, de maan en ook als hij slavenhandel „Koning" en doodstraf „Kerk" hoorde noemen.

Scott fraterniseerde met de voorstanders van het regime van hakken en hangen, met de heeren die vonden, dat er „nog veel meer galgen noodig waren", vleide hun onwaardigen koning, heulde met de beulen van Ierland, smaalde

Sluiten