Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tiende eeuw, trouw aan hun meesters, gehoorzaam en dapper, braaf en onderdanig. Dezelfde man, die over die mysterieuze, van poëtisch „bijgeloof" zwangere tijden, schreef, beroemde zich er op, dat hij eens in een herberg zonder blikken of blozen met een lijk in één kamer hadgeslapen, daar hij geen andere krijgen kon, als was zulk een bekentenis iets minder dan een vonnis.

In Byron is alles individualisme — het goed en het kwaad, eigenwilligheid en generositeit, de hang naar het Absolute, het smartelijk belijden van eigen onvolkomenheid, levens-onvree, rusteloosheid, het roekeloos te grabbel gooien van zijn reputatie, de neiging tot tarten en weerstaan, het beurtelings tusschen eenzaamheidsdrang en gemeenzaamheidsdrang geslingerd zijn, het sterk verminderd familiegevoel, clan-gevoel, nationaal gevoel en het sterk vermeerderd vriendschapsgevoel, waarop we reeds wezen bij de vergelijking tusschen oude en nieuwe geesteswereld, tusschen zeventiende en achttiende eeuw.

Hier scheiden deze beide werelden, opgaande en ondergaande, waar het groote keerpunt nadert

Madame De Stael, ook hierin weer van de tijdgenooten zich onderscheidend door haar bewonderenswaardige redelijkheid, verdraagzaamheid, onpartijdigheid, heeft, in „Delphine" in de figuren van Delphine d'Albemar en Léonce deMondoviile die beide werelden in hun laatst contact beschreven. Wat dit zoo geheel nieuwe vermogen tot onpartijdigheid beteekent als verschijnsel, hopen we later aan te toonen. Hier is het de vrouw, schrijfsters eigen geïdealiseerd evenbeeld — „Delphine", de projectie van haar zedelijk streven, „Corirme" die van haar intellectueel streven, in beide gevallen met lijden beloond en bekroond! — die de „nieuwe richting", en het is de man, die de „oude richting" vertegenwoordigt; hij eert Jupiter, zij Prometheus, hij

Sluiten