Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moed en al de matelooze zelfverguizing van den individualist. Zelfverguizing, als hij zich bewust wordt van het contrast tusschen zijns wezens grenzelooze ambities en zijner persoonlijkheid gebondenheid in aardschen lust en smart — gelijk in het gesprek met Lucifer in „Cain" wel schrijnend-duidelijk blijkt — hoogmoed omdat hij inderdaad alleen kan staan, zichzelf genoeg, waar anderen elkaar steunen als bouwvallige huizen — eenzamer dan zelfs Faust het vermocht, die een verbond met de Hel van noode had, hij echter als „Manfred", als „Cain" zelfs dit bondgenootschap van zich wijzend.

Dit verschil in temperament laat zich in hun geheele artistieke productie gelden. Shelley, de innige, aanminnige — maar niettemin felle en vurige — dien men met den luchtgeest Ariel uit Shakespeare's „Tempest" heeft vergeleken, zocht en verheerlijkte overal in de natuur het harmonische, in vrede-met-zichzelf verkeerende — Byron het wilde en worstelende, waarin zijn eigen wilde hartslag opging als het Natuur, waarin zijn eigen worsteling versmolt, als het menschen gold — Italianen, Albaneezen en Grieken, voor hun „nationale Vrijheid" kampend.

Shelley zocht vrede door overreding. Als Byron onderscheidt hij zich van schoolknaap af door die waarheidsliefde en die generositeit, waarvan de levensbeschrijvingen aller groote revolutionnairen getuigen, omdat ze de eeuwige wezenstrekken van alle idealistisch individualisme zijn, stammend uit zelf-critiek, die eigen relatieve onwaarde tegenover blinde maatschappelijke zelfverheffing, eigen relatieve waarde tegenover blinde maatschappelijke onderwerping blootlegt — en dit tezamen maakt menschen genereus en fier!

Als achttienjarige knaap in Oxford kwam hij tot het inzicht van het onhoudbare der kerkelijke leerstellingen en

Sluiten