Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het immoreele der daarmee samenhangende moraal. En schreef een verhandeling over de „Noodzakelijkheid van het Atheïsme" — waarmee hij pantheïsme bedoelde. En zond die aan het College van Bisschoppen en Aartsbisschoppen ter beoordeeling en geargumenteerde weerlegging. Eeuwige naïveteit, eeuwig gebrek aan sluwe „menschenkennis" van den idealist: Brutus bouwde op Antonius' edelmoedigheid, Götz von Berlichingen op het eerewoord van roovers, Woutertje Pieterse op de waarheidsliefde van den kruidenier, die hem met duf meel naar zijn moeder zond, Ibsen's „Volksvijand" op de dankbaarheid van die stadgenooten, die zijn ruiten ingooien kwamen — de achttienjarige Shelley vraagt argumenten aan een raad van in macht gezeten Jupiters! Prometheus pleitte en Jupiter zweeg, Prometheus werd schandelijk van school verjaagd en een botte, egoïste massa brandmerkte hem, die allen beschaamde door zijn eindelooze goedheid — ziekte opliep bij armenbezoek, zijn erfdeel afwees, geen dieren at, schoon zijn teer gestel robuuste voeding eischte — met het onvoorzichtige woord, waarmee dte roekelooze knaap zichzelven noemde, misbruikte het om hem uit de voogdij over zijn kinders te ontzetten, het hem, den argelooze, boeten voor de listen van zijn „Christelijke" aangehuwde familie, en stiet hem met stompen in de borst tegen den grond (letterlijk, want we denken hier aan de bekende scène tusschen Shelley en een „Christelijk" Engelsen officier, Tory, gelijk vanzelf spreekt, op het postkantoor te Pisa) met het oude recht van den „Christen" tegen den goddelooze, het „heilig recht" van alle Kruisvaarders tegen alle Saracenen.

Shelley's ervaring als schoolknaap karakteriseert hem als een Prometheus, voor wien de strijd een noodzakelijk kwaad tot het schoone oogmerk der Verzoening is. En dit blijft zoo, ook als hij door smarten leert inzien, dat Jupiter

Sluiten