Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•erst zur Poesie wird, aber das eigentlich tief und gründlich Wirksame, das wahrhaft Ausbildende und Fördernde ist dasjenige, was vom Dichter übrig bleibt, wenn es in Prose übersetzt wird."

In Frankrijk, waar de strijd het scherpst dat karakter •van daadwerkelijke emancipatie droeg, kreeg ook het intellectualisme het sterkst de overhand. Daarin is weliswaar de ethische trek vervlochten: Hamlettisme verschijnt :niet zonder Don Quichottisme. Het revolutionnake pathos is ethisch-democratische pathos, maar lijkt niets op romantische exaltatie. Terecht heeft men de Revolutie van 1789 •een intellectualistisch-pathetische revolutie genoemd. Alles wijst op verarming van het verbeeldingsleven, niet het minst Rousseau's roep om eenvoud, de haat van Robespierre en •de zijnen tegen de kunst van het Ancien Régime —; deze verarming van het verbeeldingsleven hangt, gelijk gezegd, samen met de geweldige intellectueele inspanning, die van dit geslacht gevorderd is en brengt het misverstand voort, *t welk zich tot de JuH-Revolutie in verwarring en verdoling heeft laten gelden.

De eerder genoemde uitspraak „Voltaire dorst Kerk en -Koning aan, maar den Alexandrijn dorst hij niet aan", mag van deze begripsverwarring de formule heeten.

Hoe kwam het dat Voltaire den Alexandrijn niet „aangedurfd" heeft?

Deze behoorde schijnbaar tot de nalatenschap der vurig vereerde Grieken, aan wier instellingen en opvattingen zich -de Revolutie-leiders en helden immers zoo opgetogen gespiegeld hebben.

Hoe kwam het, dat Voltaire niet voelde, wat Goethe en Lessing, Herder en Winckelmann wel gevoelden, dat het ware kostbare erfdeel der Grieken hun geest, maar niet hun -versvorm was? Omdat hij en de zijnen niet in de eerste

Sluiten