Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemoedsverarming den schuld, en nam de strijd van de opkomende Roomsche Romantiek tegen de Aufklarung, tegen het intellectualisme en tegen de Revolutie meer en meer het karakter aan van een strijd van Katholieken geest tegen Protestantschen geest. Liberaal intellectualisme wordt met Protestantisme, reactionnair-fantastisch mysticisme met Katholicisme vereenzelvigd. In den aanvang is dit niet zoo duidelijk uitgesproken, daar immers het toekomstig reactionnair-Kataolieke kamp zich eerst van den naam Goethe, het liberaal-Protestantsche kamp zich van den naam Schiller bedient. Maar al gauw genoeg legt, in het scherper worden van den strijd — waarvan Reine zulke curieuze dingen vertelt en die vooral in de salons van Henriette Hertz, Dorothea Veith (Mendelssohn's dochter, later Schlegel's vrouw) en Rahel Levin, de groote vriendin van Heine-zelf, werd uitgestreden — Goethe het af tegen Jacob Böhme — Shakespeare wordt verloochend voor Calderon en Michel Angelo voor El Greco.

En nadat de denkers der achttiende eeuw moeizaam naar een glimp van Waarheid hebben gestreefd, hun streven-zelf aanmerkend als de hoogste menschelijke bestemming, komt Novalis verkondigen, dat de „Waarheid is in den glimlach van een pasgeboren kind". Nauwelijks zijn den mensch de oogen opengegaan over zijn waarde en zijn waardigheid, of Schlegel leert in „Lucinde", dat de plant het hoogste wezen is. En de ongelooflijk harde werkers van het vorige geslacht (bezige geesten als Diderot!) mogen zich troosten met de verzekering, dat gezette arbeid filistreus is en vulgair. In alle toonaarden klinkt de Lof van den Lediggang, en van het bezige en denkende Griekenland af, wendt zich de bewondering en de aandacht naar het in droomerij verzonken Indië — het Orientalisme komt op en verdringt de langbeoefende studie der klassieken.

Sluiten