Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i«retensvrijheid, een woord uit het atheïstisch-individualistische woordenboek. Bossuet zou getoornd hebben tegen de goddeloozen, die de heilige zonen van de heilige kerk verdrukken durven, maar het woord „gewetensvrijheid" zou noch hem, noch een Christen uit de oude kerk over de lippen zijn gekomen.

Zoo gaat het steeds en Auguste Comte heeft met hitterheid opgemerkt van zijn tijd, wat ook voor onzen tijd op te merken valt, hoe de godzaligen in de kerk en de braven in de maatschappij voortdurend parasiteeren op gedachten en vondsten van revolutionnaire, moderne, pantheïstische herkomst, zonder dat te erkennen en zonder het razen en tieren op de goddeloosheid en de gezagsondermijning te staken. De zoogenaamde moderne strooming in het zich heet end Christelijk en Katholiek onderwijs doet niets dan parasiteeren op de paedagogische begrippen van de tegenstanders, die ze in verkiezingsstrijd en bij andere gelegenheden niet minder hoonen en smaden. Ze voelen instinctief, dat ze de bakens wat verzetten moeten en haasten zich nu, hun oude plunje op te lappen met wat ze heimelijk stelen uit de modern-pantheïstische ideeënkast. Evenzoo doen de kerken — onder allerlei knoeierige voorwendsels — en beroemen zich dan ineens op een „ruimte van blik", een „breedheid-van-opvatting'' die in anderen en in andere tijden wel eens heel anders geheet en werd. Zoo hadden dan ook de katholieken na de Revolutie den mond vol van „vrijheid", van „gewetensvrijheid" uitsluitend tot eigen baat, zonder eenig voornemen die ooit aan anderen te gunnen, en die daarbij door den fd-gehaten tegenstander uitgevonden was!

De geheele Restauratie-litteratuur levert een toonbeeld van dezelfde innerlijke verwarring. Joseph de Maistre eindigt zijn geschiedkundige verhandeling over de onfeilbaarheid van den Paus met een aanroeping van de Heilige

Sluiten