Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdeelde menschheid verwachtten, die haar do ode Eenvormigheid t ot levende Eenheid idealiseerden. In zijn „Essai sur rindifférence en matière de Religion" waaraan hij bijna den kardinaalshoed dankte, dien hij trouwens afwees, legde hij al de „bewijzen" neer, welke zijn vurig-overtuigd hart door zijn scherp verstand werden ingeblazen. Ook bij heeft het Cartesiaansch individualisme nadrukkelijk verworpen: zoo goed als door zijn eigen oogen wordt de mensch door zijn eigen verstand bedrogen — niet in de persoonlijkheid maar in de gemeenschap openbaart God zijn wil —- en het duidelijkst in die gemeenschap welke de meeste leden telt.

Lamennais' bewijsvoeringen werden echter door de Kerk veroordeeld — en bij kwam in den zonderlingen toestand van alleen te staan met een oordeel, 't welk het oordeel van den enkeling veroordeelt, zoodat dus zijn gansche bewijsvoering omtrent de onfeilbaarheid en het algemeene onvervreemdbare recht op ieders geweten der Kerk van nul en geener waarde werd (krachtens zijn eigen these) daar de kerk-zelf ze om tactische redenen blijkbaar niet goedkeuren wilde!

Lamennais begaf zich naar Rome en zag daar, wat hij had kunnen verwachten te zien, wat hij had kunnen weten te zullen zien, ware bij niet verblind geweest, hij zag er wat Luther er al zag: eerzucht, ijdelheid, intrigue, kuiperij en leugen. In zijn brieven stort hij zijn afschuw uit: „Ze zijn bier in staat Jezus nog eens weer te verraden voor geld." „Lag het in hun vermogen, ze zouden Saracenen tegen Christenen jagen, was er hun macht mee gemoeid." En zoo meer.

Zijn „Paroles d'un Croyant" beduiden dan de breuk met de kerk. En de argelooze zou hier kunnen vragen: Hoe nu met de argumenten? Gaat de onomstootelijke, onaantastbare consensus-theorie niet meer op, omdat Rome voos

Sluiten