Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Duitschland neigt de „Roomsche Romantiek" tot zijn ondergang, en in den grootsten vertegenwoordiger van de „Protestantsche" Romantiek — Heine, de Jood, desniettemin „Protestant", in zijn warme vereering voor Luther! — komt Schillers geest, Schillers werk tot voltooiing en bekroning, schoon weer anders, door den anderen tijd, door wat er, naar we in een volgend hoofdstuk zullen trachten uiteen te zetten, inmiddels is geschied.

In Frankrijk keert Victor Hugo, man geworden, naar hij van zichzelf getuigt, tot het verlaten voetspoor van Beaumarchais terug en de dichter, die eens den engelen toeriep „Courbez-vous, c'est un roi" toont nu in „Le Roi s'amuse" het verderfelijke van koningsmacht en koningswillekeur.

Nog eens weer en nu voor goed, zijn den denkenden onder de menschen de oogen omtrent de maatschappij en hare vertegenwoordigers, omtrent de kerk en hare dienaren opengegaan en ze zullen zich voor dit licht niet meer sluiten.

Met Jupiter-verheer lijking is het na de „bekeering" van Hugo en zijn tijdgenooten voor altijd uit. Dezelfde Lamartine, in wiens gedichten geen andere woorden zooveel voorkomen als deze twee: „beul" en „slachtoffer" — de eerste, elk revolutionnair, de laatste, elk aristocraat, elk priester — diezelfde zal later met Cavaignac en de latere Napoleon III candidaat zijn voor het presidentschap van de tweede Republiek.

Het sentiment der collectiviteit: critieklooze gehoorzaamheid, is verdwenen. Macht wordt, min of meer bewust, als onrecht beleden, aangetoond, begrepen en bestreden.

Prometheus heeft dan nu zijn zedelijk pleit gewonnen. In de groote litteratuur van de negentiende eeuw komt de maatschappelijke held, de Jupiter-aanbidder, niet meer voor,

Sluiten