Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moderne dogmatisme, zijn verwantschap met het oudekerkehjk-maatschappelijke temperament.

In zijn onwrikbaar vertrouwen op eigen wijsheid, op eigen opvattingen, ligt weer het oude naïef-hoogmoedige, egocentrische, nimmer-udtgesproken parool: Ik ben de maatstaf van alle dingen.

De filosoof echter kan, mag, durft voorbij zichzelven denken, vermag zichzelf als moment te vatten, met eigen betrekkelijkheid en vluchtigheid als het ware te spelen, hij voelt alle draden van het verleden in eigen Ik samengeknoopt, door hem heen spinnend, om zich voorbij die eigen persoonlijkheid weer naar alle zijden te ontplooien tot een verdere toekomst; hij weet dat zijn zienswijzen slechts waar zijn, voorzoover ze werkelijk zijn en als zoodanig altijddoor opte heffen, te weerleggen, door wat op een andere wijze ook waar, want evenzeer werkelijk is.

In den hartslag van zijn eigen denken speurt hij der*, universeelen hartslag van het universeele Denken en juist omdat hij weet dat hij dien nergens dan in zich alleen kan speuren, nooit een waarder waarheid bezitten dan zijn eigen levende werkelijkheid, is zijn bewuste levensleus de oude leus van het individualisme: De mensen is demaatstafvanalle dingen.

Niet grooter en ook niet anders is het verschil tusschen den stelligheidszoeker uit vroegere tijden en den in zijn twijfel genietende, niet grooter en niet anders het verschil tusschen Pascal en Goethe, dan dat tusschen het positiefwetenschappelijke en het negatief-wij sgeerige temperament en dit onbegrip nam gedurende het bloeitijdperk van de positieve wetenschap het karakter van minachting voor het „speculatieve" filosofeeren aan, dat het nog niet geheel heeft afgelegd. Eigen collectieve dogma's — de, in uniform beamen, verstarde ingevingen van de uitnemenden onder hen

Sluiten