Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeventiende-eeuwer, hem een wereld zonder persoonlijken God als een absurditeit deed erkennen en dat van maar zeer weinig tijdgenooten het „gezonde verstand" zich zal hebben verzet tegen het bondige antwoord aan Boswell, waarmee de eerwaarde Samuel Johnson het vraagstuk van de wilsvrijheid kort en goed meende op te lossen: „Sir, we know our will is free, and there's an end on't," Doch zoowel Buckle en Comte als Descartes en Johnson meenen dan ook eigenlijk met „gezond verstand" de zienswijzen van een bepaalde groep, van hun groep.

En zoo laat zich overal achter de nieuwe terminologie van het wetenschappelijke dogmatisme dezelfde inhoud opsporen'als achter die van het oude kerkelijk-maatschappelijke dogmatisme — met dezelfde instincten als grondslag: autoriteitsgevoel, zin voor tucht en orde, en een herhaaldelijk uitgesproken afkeer van individualistische zelfwerkzaamheid

Voor de alleenzaligmakende kerk is de alleenzaligmakende wetenschap in de plaats getreden, voor de geheiligde bedienaren des woords de uitverkoren „élite intellectuelle", de halfgoden van de „Ecole Polytechnique". Het oude „Soyons soumis" van Bossuet klinkt ons tegen in de herhaalde aanmaningen aan hen, die niet tot de „élite" van de „Ecole Polytechnique" beboeren, om toch te berusten in wat die élite eens voor al als „waar" en „onwaar" vaststellen zal. En zooals Hobbes de vrijgeborenheid van den mensch wegwerkt onder een stapel „contracten", zoo begraaft Comte het eiken mensch in theorie toegekende „droit souverain d'examen" onder de herhaalde verzekering, dat alleen de meeningen der wetenschappelijk opgeleiden waarde hebben, en hij vertrouwt van het onwetenschappelijke vulgus „qu'Us s'empresseront sans doute d'y abdiquer spontanément", uit puur verlangen om verlost te worden van de „anarchie

Sluiten