Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet Positivisme van Comte zal wonden gevormd, en het is waarlijk geen louter toeval dat Auguste Comte, als leerling van den veel ouderen graaf De Saint-Simon, in samenwerking met hem, in het jaar 1824 hun eerste gezamenlijk maatschappij-project aan tijdgenoot en nageslacht heeft voorgelegd.

Zoowel het stelsel van Saint-Simon als dat van Fourier vertoonen, hoe diep overigens de verschillen zijn, de reeds eerder genoemde neiging van den tijd, om de oude antithese, <le oude antagonismen en daarmee samenhangende belangen te verzoenen, op te heffen tot den idealen staat, waarin elks wil in den gemeenen wil tot zijn recht komt.

Het oude egaliteits-begrip wordt met de grootste minachting, en met menig schimpscheut aan het adres van Rousseau, als onbruikbaar en uitsluitend-negatief verworpen — maar het oude theologisch-monarchale autoriteitsbegrip, dat alle menschen als niets dan „onderdanen" en „kerkkdmaten" over één kam scheert, wordt evenzeer en met nog grooter afkeer verworpen. Fourier droomt zich een ideaal-staat — en hij droomt in cijfers — waar de synthese tusschen „gelijkheid" en „ongelijkheid" zal worden voltrokken door een .^natuurlijke verscheidenheid'', een indeeling in „serieën" op de basis van de menschelijke hartstochten en neigingen, waarvan elke, in zijn verschillende nuancen en ontplooiingen, één serie vormt, zoodat elke mensch, krachtens de verscheidenheid zijner neigingen en hartstochten, tot wel dertig a vijftig serieën zal kunnen behooren, waarin hij dan beurtelings onder anderen en boven anderen staat, naar het gehalte en de werkdadigheid, de practische bruikbaarheid zijner neigingen. Aldus zouden dan de tot elk gemeenschapsleven noodwendige „Orde" en ..Autoriteit" met de elk individu toekomende „Vrijheid" zijn verzoend. Het grillig mechanisme van de huidige maat-

Prometheu». 39

Sluiten