Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenstelling niet Fourier, bouwt bij op de historie, die hem (natuurlijk) tot dezelfde conclusies brengt als „le doute absolu et 1'écart absolu" het Fourier doet — de conclusies van des tijds Noodwendigheden. Zoo leert „de historie" elk geslacht wat het al weet — en Marx weer iets heel anders dan Comte!

Tusschen den Mensch en zijn geweten wenscht ook hij geen autoritairen dwang, doch elks persoonlijk inzicht, dat „vrijheid van onderzoek", vrijheid van geweten een absurditeit is, omdat alleen de wetenschappelijk gevormden en bevoegden een oordeel kunnen en mogen hebben in zake godsdienst, politiek en psychologie, zoo goed als in alle andere zaken, daar godsdienst, politiek en psychologie onderhevig zijn aan volkomen dezelfde wetten, welke in chemie, astronomie, biologie en andere „exacte wetenschappen" worden ontdekt en blootgelegd.

Want „de historie" heeft hem immers, naar we reeds zeiden, geleerd, dat elke tak van menschelijke kennis drie stadiën, trappen doorloopt: de theologische of fictieve, de metaphysische of abstracte, de wetenschappelijke of positieve. In dit laatste stadium (het allerlaatste en definitieve!) beginnen de dingen dan nu te komen en ook de politiek zal voortaan een positieve wetenschap worden, nadat door Rousseau het laatste woord der metaphysici is gesproken. Deze ging uit van fantastische speculatie, de positieve politiek zal uitsluitend van de observatie uitgaan. „Elle découvre, les autres inventent." En evenmin als de gemeene man zich een oordeel op het gebied van physica of chemie zal willen aanmatigen, evenmin zal hij het willen op het gebied van de politiek, wanneer hij maar ziet, dat de zorg van zijn „bonheur réel" in de handen berust van de éénigen, waar het veilig is: van den man van wetenschap, die niets „invente", maar de wetten van de gemeenschap, de socio-

Sluiten