Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■van het Erbarmen schond voor de wetten van de Gerechtigheid. Ook hij mag in zijn doodsuur zichzelven zeggen, wat Kandaulus in zijn doodsuur zichzelven zegt, dat hij in zijn onkunde de wereld wekte, de slapende wereld, die haar slaap zoo goed als haar werkdadigheid behoeft, zonder kracht om haar te binden, zonder geestelijk bezit genoeg om haar rijker te maken. Ook hij was tegelijkertijd „te goed en niet goed genoeg" —. te goed om met de slapendén te slapen, niet goed genoeg om de ontwaakten te leiden en tot hooger heil te binden. „Herakles war der Mann, ich bin es nicht; zu stolz um ihn in Demut zu beerben, und viel zu schwach, um ihm es gleich zu thun."

En zoo is het overal —i overal wrikt het nieuwe zelfbewustzijn, als zelfonderscheiding en zelfcritiek, de oude gesteldheden los, en heft ze op —i geen „goeden" zijn er meer en „boozen" afzonderlijk, maar eeuwig en algemeen is de menschelijke ontoereikendheid, en het besef daarvan leeft in den mensch, aks zijn twijfel en zijn vertwijfeling. Maar de gedachte aan „zedelijke schuld1" is uit deze opvatting nog geenszins*weggewischt. De schuld is alleen redelijker verdeeld, is aller menschen gemeengoed geworden. Het oude dogmatisme van „goed" en „boos" is dus niet zoozeer volkomen opgeheven, dan wel „her-steld", tot een nieuwe gesteldheid geworden, waarbij „de goede" èn „de booze" door „het goede" en „het booze" zijn vervangen, waarin dan elke mensch zijn evenredig aandeel heeft. En duidelijk I merkbaar leeft in die opvatting ook nog de oude gedachte i van Zondeval en Verzoening, van een uit volmaakten staat vervallen wezen, en daarmee de mogelijkheid tot herstel. . „Herakles war der Mann..." boven het zwak-menschelijke j uit, straalt nog immer de gestalte van het Volmaakte, van den Volmaakte, Herakles... of Jezus. En in dat Volmaakte kan dan de mensch, ofschoon hij tot de hoogste toppen nooit

Sluiten