Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het inzicht dat we in het vorige hoofdstuk aanwezen in den ganschen tijd en waarvan de achttiende eeuw de grondslagen legde, maar niet de consequenties trok: in het blootrelatieve van „goed" en „kwaad," van alle menschehjke onderscheidingen.

En later weer hetzelfde, op hetzelfde verwijt van „pessimisme":

„Je ne les méprise pas, je les connais. Je suis trés persuadé qu'il y en a trés peu de trés méchants, beaucoup de lacheset un grand nombre d'indifférents."

Tegenover dezen jongen „cynicus" of „pessimist" staat de oude „idealist," de republikein naar het hart van Victor Hugo, vol geloof in de menschen, in de deugd zijner partijgenooten, d. i. in eigen deugd. En als Lorenzo hem zegt:

„Prends le chemin que tu voudras, tu auras toujours affaire aux hommes," dan antwoordt de oude Strozzi: „Je crois a 1'honnêteté des répubUcains" — want hij behoort tot de velen, die nog steeds meenen, dat de menschehjke natuur zich verandert, zich veredelt door het najagen van een doel, door de aansluiting bij een groep, door collectieve idealen, die collectieve ambities beteekenen. Zoo wordt heden ten dage „het Proletariaat" geïdealiseerd door de hedendaagsche Strozzi's, omdat het iets begeert te bezitten dat het niet bezit, zonder ooit te hebben bewezen de macht waarnaar het reikt waardiger te kunnen dragen dan anderen het doen. Maar toch is Philippe Strozzi niet geheel een vreemdeling in de zelfonderscheiding en hij heeft het er zelfs verder in gebracht dan vele moderne idealisten met hurt onnoozel zelfbehagen. Op den avond dat zijn zonen zijn uitgegaan, om Salviate den beleediger van hun zuster te. dooden, peinst hij, alleen gebleven, over de waarde van zichzelf en zijn leven na.

„On croit Philippe Strozzi un honnête homme, paree qu'il

Sluiten