Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitkomsten van picturale waarneming, onverwerkte gevoelsimpressies en overgeleverde moraal, met veel onbewuster* voorkeur en tegenzin — aan al hetwelk hij dan voortdurend een schijn van objectieve houdbaarheid op wetenschappelijken, positivistischen grondslag tracht te geven. Heeft hij, om één voorbeeld uit honderden te geven, voor de economie van zijn roman een schilder noodig, die zwijgen kan — zooals in „La Rabouilleuse" — dan zal hij aan de. persoonsbeschrijving zonder mankeeren een beschouwing vastknoopen over de geschiktheid van het schildersmetier, om iemand zwijgen te leeren. Moet de zoon van een gierigaard een verkwister wezen — als in „Le Contrat de Mariage" — hij zal dit „verklaren" uit conflicten tusschen vader en zoon dn de jeugd van dien laatsten, op algemeenwet enschappelijken grondslag. Zijn werk krioelt van die uitweidingen, hij kan er niet zonder.

Het verschil tusschen Hebbel en De Balzac is duidelijk het verschil tusschen den volwassen individualist en den mensch in de collectiviteit: de eerste vindt in zichzelf, en in zichzelf alleen, bron en richtsnoer voor het scheppen van zijn karakters — de laatste moet altijd in het dogma terechtkomen, aan dé wetenschap steun ontleenen; de eerste is onafhankelijk, want hij weet zich subjectief, de laatste is afhankelijk en waant zich objectief. Het verschil tusschen „immanent dogma" en zg. „objectieve waarheid", tusschen. wijsbegeerte en wetenschap, ligt ook hierin uitgedrukt.

In de hoogmoedige zelf-overschatting van den zich wanenden objectieven kunstenaar boven een ander, die „altijd over zichzelf schrijft" en geen „menschen scheppen kan", spiegelt zich evenzeer getrouwelijk de hoogmoedige zelfoverschatting van den wetenschappelijke boven den denker, die immers nooit iets „bewijst," en alles wat hij zegt, maar „uit zijn duim zuigt." Boven alle „subjectiviteit"

Sluiten