Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tisme zich blind starend' op een uitteraard gebrekkige en onvolledige „objectieve kennis" van „de natuiir", vergelijkt de wetenschappehjke psycholoog den mensch naar believen en naar hartelust met bouwsteenen, polypen en koraalriffen en het poovere en ontoereikende van deze „objectieve methode" springt pas recht in het oog, als er over gecompliceerde menschehjke roerselen, impulsen, daden en handelwijzen wordt gesproken, ten opzichte waarvan het „begrijpen" zich pas recht duidelijk doet kennen als „zijn". Hoezeer Sighele nog steeds in dezelfde geestessfeer vertoeft» hoezeer het ook hem aan zelfonderscheidend Begrip ontbreekt, komt al dadelijk en zéér karakteristiek aan den dag in zijn vergelijking tusschen Schopenhauer eenerzijds, Spencer en Comte anderzijds. „Schopenhauer affirme que le monde est un macanthrope et par cette seule parole dérivée du grec, il ex prima la même pensee que Comte et Spencer,"' zegt hij — maar het curieuze ügt in wat voorafgaat: „En effet, la philosophie de Schopenhauer, bien qu'elle renferme des pages splendides dictees par une méthode positive, est cependant théorique et a priori, tandis que celles de Spencer et de Comte sont basées sur 1'observation et sur 1'expérience. Le point de départ est donc différent, mais le but attednt est Je même." Hoe zuiver vertoont zich hier het beeld van den bevangen geest, die een simpele waarheid rakelings voorbijgaat en toch niet vermag op te merken, door zij» anderen bouw, in verband met zijn andere functie: het „apriorisme" van Schopenhauer en de „observation et expérience" van Comte en Spencer brengen in dezelfde periode tot dezelfde uitkomsten en nóg begrijpt degeen die het opmerkt niet, dat alle „observation et expérience" niets kan zijn, nooit iets anders is dan de zelfprojectie vanhet zoekende Ik, dat alleen vermag te zien wat het al weet en niets dan eigen spiegelbeeld, eigen immanente waarheden

Sluiten