Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot de ondoordachte en onwerkelijke analogie: de steeds netelige metaphoor!

We moeten hier wel onderscheid maken tusschen de argumentatieve en de illustratieve metaphoor. De laatste is eenvoudig een verhelderende toelichting op wat uit het zuivere begrip is ontvouwd en gedemonstreerd, als hulp aan den lezer, of als versiering bedoeld en ten slotte dan ook volstrekt niet onmisbaar. De groote philosophen hebben nooit bezwaren gehad tegen de illustratieve metaphoor: Spinoza maakt er telkens gebruik van „tot een voorbeeld" en Kant geeft zelfs ergens een soort van verontschuldiging, dat het karakter van zijn werk ze niet steeds en nooit in ruime mate gedoogt!

De argumentatieve metaphoor echter moet dienst doen om iets te „bewijzen", dat uit het begrip niet bewezen kan worden en niet bewezen is — ze is de misleidende, nietszeggende, schoonklinkende gelijkenis, die men, zooveel men wil, van den kansel en in de politieke vergadering kan gaan hooren en Sighele, die immers nooit iets „a priori" beweert, maar alles fundeert op „expérience et observation", maakt er een overvloedig gebruik van, 'twelk de ontoereikendheid van de „méthode positive" in het gebied der menschelijke roerselen en impulsen duidelijk ineens weer in het licht stelt.

En aldus kan hij dan, vastgebonden aan het dogma van Spencer als een geit aan zijn paaltje, niet bij machte zich daaromheen vrijer te bewegen dan het hem toegemeten touw gedoogt, ondanks flitsen van inzicht, niet verder komen dan het „vormloos vermoeden" van een simpele waarheid — die hij telkens rakelings passeert, die hem telkens rakelings passeert — dat elke collectiviteit in wezen is „une foule criminelle" (juist omdat geenszins op deze eenvoudige wijze „les caractères de 1'agrégat sont déterminés par les caractères des unités qui le composent") en

Prometheus. 42

Sluiten