Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zulk een „foule" volstrekt niet in grooten getale vereenigd behoeft te zijn, om door „imitatie-zucht", „suggestie" en „psychische besmetting" krachtens spitsvondige kans- en andere berekeningen, tot misdrijven te komen, — maar dat ze dit reeds uitnemend kan en doet in de personen van hare vertegenwoordigers, gelijk ons Versailles met onmiskenbare duidelijkheid leert. Te denken, dat deze gansche barhaarsche santekraam, deze heele „arithmétique psychologique" gemist had kunnen worden bij een fundamenteel inzicht in de fundamenteele inferioriteit en potentieele misdadigheid van elke collectiviteit.

Doch hetzelfde „positief-wetenschappelijke" instinct, hetwelk we in een vorig hoofdstuk als in den grond „maatschappelijk" hebben trachten aan te toonen en dat dan ook, naar we reeds zagen en nog duidelijker zullen zien, voortdurend grondslag tracht te worden van min of meer omvattende organisaties, staat uitteraard, bij Sighele zoo goed als bij Spencer, dit inzicht en daarmee het besef van de fundamenteele tweespalt tusschen Individu en Collectiviteit in den weg. En de „gebonden" intelligentie verschaft ook hier de formule aan het immanent instinct: Sighele heeft wel opgemerkt, dat de groote gedachten van hervormers en wijs geer en door de „foule" van hun tijd verworpen worden, maar hij heeft er dit uitsluitsel op gevonden, dat het juist recht goed is, wanneer pas langzamerhand de groote gedachten gemeengoed worden en de (door hem-zelf gecursiveerde!) allerlaatste zin van zijn werk leert ons, dat „le despotisme de la majorité se réduit au despotisme des idéés géniales, quand 1' a p p 1 i c a t i o n en est opportune et m ü r e" — nadat hij ook reeds in den aanvang heeft beweerd, dat „Le fond des idéés que nous méprisons aujourd'hui comme trop communes, paree qu'elles courent sur toutes les

Sluiten