Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den tuin leidt en voor wier .misbruikte deugd" zich de onnoozele exalteert als een goed discipel van Jean Jacques Rousseau. Zij, Elodie, laat hem gemakshalve maar denken* dat ze door een uitgeweken aristocraat is „verleid", omdat baar vroeger vriendje, een procureursklerk, nog rondloopt in Parijs. In haar voluptueuse volbloedigheid, haar gemakkelijke teederheid, haar gewetenloosheid en ondoordachtheid verbeeldt ze het grillige, gestadig-wisselende leven — de roode bloem, die ze haar minnaar-van-het-oogenblik uit haar venster pleegt toe te werpen, de woorden, altijd dezelfde* „adieu ma vie, adieu, mon arne" — zij verbeelden de wisselende gunst van het grillige Volk, dat driemaal, als op den achtergrond, ten.tooneele verschijnt; eerst zich vergapend. aan de executie van Damiens, den koningsmoordenaar, dan zich vergapend aan de executie van den Koning, eindelijk zich vergapend aan de executie van Gamelin, 's Konings Rechter... c'étaient les mêmes femmes qui insultaient naguère les conspirateurs et les aristocrates envoyés par Gamelin. Doch voor Evariste, als zijn geestverwanten* Robespierre, Trubert, Marat, voortreffelijke menschen, maar „sans beaucoup d'idées et sans aucune imagination" is Elodie het onschuldige slachtoffer der vuige lusten van een gevluchten aristocraat — en wanneer die aristocraat — een jonkman, die Elodie nooit zelfs zag — hem in handen valt en er een gedroogde roode bloem op hem gevonden wordt — dan is het Gamelins stem waardoor, zonder schijn vanbewijs, de jonge man tot de guillotine wordt verwezen. Onder het kleed van den rechter wreekt zich de minnaar opzijn gewaanden medeminnaar. Precies hetzelfde bij Paphnuce* den „pilaar-heilige" uit „Thaïs". Niet omdat hij Thaïs' ziel wil redden, maar omdat hij haar aan Nicias niet gunt, voert hij haar naar een klooster — niet om haar te purifieeren, maar om zijn razende jaloezie op haar te koelen, spuwt hit

Sluiten