Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Le citoyen Brotteaux faisait de la recherche du plaisir la fin unique de sa vie."

Ziedaar het credo van den epicurist. Door de Revolutie van schatrijk straatarm geworden, vervolgt hij zijn levensoogmerk, la recherche du plaisir, op zijn dakkamertje met eenzelfde blijmoedige kalmte als Vroeger in zijn kasteel en zijn park. Toen waren het zeldzame meubels, schuderijen, weefsels, toen waren het joyeuse feesten en mooie vrouwen — nu het lichtspel op den bronsglanzenden hals van een meisje uit het volk, dat hem het urenlang wachten in de file voor den bakkerswinkel verzoet, de flesch goedlkoope wijn, die hij toch nog te koelen zet in de dakgoot, en dan vooral zijn Lucretius, die hij altijd bij zich draagt, „dans la poche béante de sa redingote puce" — maar boven alles de eeuwig leerzame aanblik van het bonte en bezige leven.

Gamelin is de sombere optimist, Brotteaux is de vroolijke pessimist, gelooft niets, hoopt niets, verwacht niets, maar wordt ook niemands dupe, rijkdom heeft hij genoten, maar is hij baas gebleven, zoodat hij nu armoe blijmoedig lijden kan. In een volksoploop ziet hij een levende schilderij, die hem het verlies van zijn Breughels vergoedt, in een straatgevecht een scène uit een burleske operette en terwijl Evariste Gamelin zich beurtelings verteedert voor „het Volk" en vloekt op de aristocratie, zich opwindt, zich exalteert, hoopten gelooft, vreest en beeft, Jean Jacques napratend zonder het te weten — glimlacht Brotteaux.

Om in zijn onderhoud te voorzien snijdt en kleurt hij cartonnen marionetten. Ja, Brotteaux maakt ook menschen, hij ook is in dien zin een... Prometheus. Maar wel verre van het levenwekkende Vuur voor zijn schepselen van den hemel te stelen, laat hij ze in hun cartonnen levenloosheid en hun cartonnen onschuld. „Je ne leur ai pas donné la pensée, car je suis un Dieu bon." Is het niet beter een stomme

Sluiten