Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

definitieve moment daarvan tot verviiUing te brengen. Jezus en Philo — Luther en Erasmus — Hamlet en Don Quichotte, ze vormen paarsgewijze het onderling tegenstrijdige en toch saamkomende, waarvan de hoogste symboliek ligt in het beeld van God den Vader en God den Zoon, de Zoon, die in een dogmatische collectiviteit verschijnt om de redelooze en zedelooze dogma's te vervangen door redelijke en zedelijke onderscheidingen, welke in den voorkeurloozen Vader, in het Al-zijn, waarin de bijzondere dingen niet-zijn, tot dat Al-zijn, tot dat Niet-zijn worden opgeheven, daarin opgaande, daarin ondergaan. Zoo hooren ook Brotteaux en Gamelin te zamen — in hun vijandschap en hun tegenstrijdigheid zijn ze het eeuwige tweelingpaar, Hamlet en Don Quichotte.

Nimmer zal dus de mensch tot het tweede moment, tot de redelijkheid kunnen komen, zonder door het eerste moment, de rechtvaardigheid te zijn heengegaan — dit is zijn natuurlijke orrtwikkelingsgang, projectie van den logischen zelfontwikkelingsgang van het Absolute — en daarom, al laat zich een Don Quichotte zonder Hamlettisme denken — hij blijft dan in het „eerste" moment, gaat daarin op (— onder) — een Hamlet zonder Don Quichottisme laat zich niet denken.

Zoo dan zijn wezen van Hamlet hem leert, dat „nothing is either good or bad, but thinking makes it so", en daarmee het nuttelooze, eenzijdige en kortzichtige van de daad — zijn oude wezen van Don Quichotte zal altijd en immer een bron van „inconsequenties" wezen. Als hij niet vooraf een rechtvaardige" is geweest, voordat hij een „redelijke" werd — dan is zijn redelijkheid de ware redelijkheid niet. De vrucht doorloopt haar ontwikkelingsstadium, van knop tot bloem, van vrachtbeginsel tot rijpe vracht en behoudt de „litteekens" van haar vorige staten — een vracht, die niet vooraf knop en bloem en vruchtbeginsel zou zijn geweest,

Sluiten