Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grijpt als Gamelin, maar heimelijk en onovertuigd, zich vleiend, dat hij de Wijsheid is, de Vader zelf.

Hoogmoedig was Gamelin, die Prometheus wilde zijn — ingrijpen in het onwrikbare, onaantastbare, overmachtige Xeven — hoogmoediger is Brotteaux, die meende, dat hij zonder ingrijpen leven kon, dat het eenig mensch gegeven is, «is „onpartijdig toeschouwer" zich buiten het leven te stellen en aldus boven eigen menschelijkheid uit te stijgen. Want, inconsequent zijnde, greep hij in en diende het „goede" — ware hij consequent gebleven, hij had eveneens ingegrepen en het „kwade" gediend.

En hiermee naderen we de fundamenteele dwaling van den Humorist, de weeke steê in zijn zoo voortreffelijkschijnende redeneering.

Het is de oude dwaling, de oude inbeelding, dat er voor den mensch in het leven drie mogelijkheden zijn, dat hij bij de eeuwige worsteling tusschen Jupiter en Prometheus onpartijdig kan blijven, glimlachend toezien, terwijl een Hercules zich aftobt met het reinigen van een Augiasstal, glimlachend, daar hij immers weet, dat die stal niet te reinigen is, omdat het leven zelf voortdurend het vuil produceert, waarvan Hercules-Prometheus gruwt — die het niettemin zelf helpt produceeren!

Heraklitus moet het zich hebben ingebeeld, toen hij „het bikkelen met de straatjongens op de stoepen" verhoos boven aandeel dn het stadsbestuur, en Sokraites geloofde in - die derde mogelijkheid, toen hij, na zijn korte, maar duidelijke ervaringen als raadsheer, geen openbare waardigheden meer vervullen wilde, maar hem genas de drank, die hem van het gansche leven genas, -van dien waan meteen — in het Evangelie vinden we de ■oude taaie illusie weerlegd. Wie niet met mij ds, die is tegen mij. Want dit is geen uitdaging en geen eisch, doch de

Sluiten