Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sn twee helften uiteenvallen — in het eene gebied verscherpte zich de glimlach van Brotteaux tot een wrangen lach van bittere ergernis, omdat het hier tijdgenooten geldt met hun platte ambities, hun schaamtelooze cupiditeit, hun politieke corruptie, achter „Vaderland" en „Kerk" vermomd — in het andere gebied is de glimlach verdwenen in de ernstige aandacht, waarmee de mensch het schouwspel der eeuwige worsteling tusschen Macht en Recht, Jupiter en Prometheus, gadeslaat, worsteling, die ook hem omvat en waaraan hij zich niet onttrekken kan — en de Ironie, die tevoren voor geen enkel ding terugweek, geeft zich hier in de erkenning van eigen onmacht en ijdele zelfoverschatting nederig gewonnen.

En zelfs de Fransche Revolutie komt er dan in „Le récit du jardinier, au cours duquel on verra se dérouler les destinées du monde en un discours aussi large et magnifique dans ses vues que le „Discours sur 1'histoire n a t u r e 11 e" de Bossuet est étroit et triste dans les siennes" — beter af dan in „Les Dieux ont soif". Wel heet het nog: „De tous les vices qui peuvent perdre un homme d'Etat, la vertu est le plus funeste; elle pons se au crime" — maar er volgt een raad, een vertroosting op: „Pour travaiiler utilement au bonheur des hommes, il faut être supérieur a teute morale" — die op zichzelf als elke raad wel ondenkbaar en onvervulbaar is, maar die juist daardoor verraadt, dat de „humorist" met zijn puur scepticisme gebroken heeft. En verder is het „Tandis que la liberté naissait dans la tempête..." evenzeer ten opzichte van den geest van „Les Dieux" een inconsequentie.

Wat verwacht, wat hoopt nu de man, die heeft geleerd, dat bij tegen de eigen rede in toch altijd verwachten en hopen moet, omdat wie niet vóór is, tegen is, en wie niet tegen, vóór — in den strijd tusschen Ialdabaoth en Lucifer, tus-

Sluiten