Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o ogenblikken de Rede mede-wezen, welke Goed en Kwaad zonder voorkeur in zich op te nemen vermag'. En nog was het niet genoeg.

Satan in zijn tuin aan den Ganges ziet van zijn Prometheus-droomen af — want het nachtelijk visioen toonde hem in den spiegel van de toekomst het bloedig en bezoedeld beeld van den schuldigen en wroegenden Orestes. Tot het aanvaarden van de Dwaasheid bereid, omdat aan de Dwaasheid geen ontkomt, meende hij zich aan de misdadigheid te kunnen onttrekken, door ter elfder ure nog af te zien van de daad. En dit was de nieuwe dwaling, want met het aanvaarden van de dwaasheid heeft de mensch zijn menschelijk deel nog maar ten halve op zich genomen — ook de misdaad, ook de bezoedeling moet bij op zich nemen. En zoo licht als het hem valt, de „verheven dwaasheid" als zijn deel te erkennen, zoo zwaar valt die erkenning ten opzichte van de bezoedeling.

Tolstoj meende de bezoedeling te ontvlieden door de daadwerkelijke Revolutie uit den weg te gaan. In de eerste hoofdstukken bespraken we dit streven en de onmogelijkheid van zijn verwezenlijking. Of laadt de man, die onrecht lijdelijk duldt, om zijn eigen handen schoon te houden, minder schuld op zich, dan die zich de handen met bloed bevlekt in het wreken en straffen van het onrecht en bet kwaad? Toont hem niet de spiegel der zelfonderscheiding het eigen gelaat zoo goed als dat des anderen onder de trekken van -Orestes? IJdele waan — aan de handen der strijdbare Maccabeeën — we denken nog eens terug aan Korolenko's vertelling, eerder besproken — kleeft het bloed der aanvallers, aan de handen der vreedzame Esseeërs kleeft het bloed1 der schuldeloos gevallenen. Niemand ontkomt aan den Schuld.

Anatole France wordt nimmer moede den nadruk te leggen op de misdaden in naam van deugd en moraal bedreven,

Sluiten