Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meedoogenloos als gelijken, als dief en diefjesmaat — in den gemeenscbappelijken vloek van de moderne Erfzonde.

Wanneer Trench verloofd is met Blanche Sartorius en de herkomst blijkt van haar vaders fortuin, dan wijst de jonge gentleman met afschuw en verontwaardiging dat stinkende geld, waaraan het bloed en de tranen der armen kleven, van zich af. Maar waar zal nu dokter Trench van leven, waarvan zal hij Blanche onderhouden, vraagt de aanstaande schoonvader, die werkelijk een teerhartig vader is — want Shaw geeft den „brave" wat hem toekomt: zijn eerlijk deel in het Kwaad, maar hij geeft ook den „slechte" wat hem toekomt: zijn eerlijk deel in het Goed — en de jonge gentleman antwoordt fier: van het werk mijner handen en van mijn klein bescheiden fortuintje! Weet de jonge gentleman dan wel waaruit dat bescheiden fortuintje bestaat? Neen, dat weet bij zoomin als andere jonge gentlemen het weten, en daarover bekommert hij zich even weinig als... kolonel Newcome en Sir Roger de Coverley. Het fortuintje van den jongen gentleman blijkt een hypotheek op de Londensche sloppen van den huisjesmelker Sartorius — en een prachtige belegging is het ook, ze geeft zeven procent! Sloppen in achterbuurten zijn voordeeliger bezit dan heerenhuizen in Park Lane, zegt Sartorius, die het weten kan!

Dokter Trench is echter maar een klein hypotheek-houdertje, de voornaamste hypotheek-houdster is zijn hoogadellijke tante, Lady Roxdale. Ze is zeker een Tory, leest de Morning-Post en is, als elke andere Lady Roxdale van haar set, protectrice van Zondagsscholen en Zendinggenootschappen. Haar tuinen en kassen zijn prachtig in orde, zeheeft haar lievelingspaarden en lievelingshonden en staat bekend voor haar „echt-Engelsche" „fastidiousness". Onzedelijkheid wordt in haar huis niet geduld en geen onvertogen woord wordt er gehoord. Haar zoons zijn perfecte gentlemen.

Sluiten