Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESDE HOOFDSTUK.

|

Sinds het jaar 1847 woonde Cornelius met zijn gezin weder te Rotterdam. Aechtenskerke was zód zwaar verhypothekeerd, dat de inkomsten van het goed de rente niet meer konden opbrengen. Hij had Aechtenskerke nu hoog verhuurd aan een excentrieken Engelschman, die voor handelszaken tijdelijk in Nederland moest verblijven, en zelf had hij een groote woning te Rotterdam betrokken.

Het was niet met goedvinden van Annemarie geweest, dat hij zich weder te Rotterdam vestigde. Zij was veel liever ver-weg gegaan naar een ander deel van het land, waar niemand hem kende, dan juist naar Rotterdam, waar zooveel familie woonde van hem zoowel als van haar. Het was haar een voortdurende ergernis, dat de bloedverwanten van haar man hen negeerden; zij kon zich niet voegen in de omstandigheden van het lot, en was in den loop van den tijd een practische, degelijke, maar niet-zachte vrouw geworden. Cornelius was ook veel veranderd; zijn opper-

Het gevleugelde Wiel. II. 1

Sluiten