Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwakheid, half nit eerlijkheid, was zij uitgebarsten in een smart van verontwaardiging, en alles wat zij zeide, verdiende hij, al haar verwijten waren gerechtvaardigd: want was het niet schandelijk, dat hij, nu zijn eigen vrouw in levensgevaar verkeerde, dacht aan een andere vrouw? was het niet meer dan verfoeilijk, dat, nu hem een kind zou worden geboren, hij liefdesvoorstellen deed aan een andere vrouw ? ... 0! had hij willen roepen, je hebt gelijk! je hebt gelijk! maar spaar me, ik smeek 't je, spaar me, spaar me... want ik ben veel, véél ongelukkiger dan jij!...

Maar hij zweeg in het besef van zijn schuld, en sedert was er tusschen hen een domp, onverzoenlijk zwjjgen. Zij spraken hun gedachten niet tegen elkander uit: maar in elk harer blikken, in den toon harer koele stem, voelde hij immer haar afkeuring, haar nooit af-latende afkeuring over al zijn handelingen, over zjjn geheele levensgedrag.

Het besef, dat zij gelijk had, en hij ongeluk, deed hem alles verdragen, maakte het hem mogelijk te blijven voort-leven in deze sfeer van vijandelijkheid, in dezen onnatuurlijken toestand van gespannen wantrouwen, van afkeuring en vooroordeel. Hij voelde zich vreemd in zijn eigen huis, waar alles beheerd werd door Annemarie op haar gezag; zij raadpleegde hem nooit, noch waar het de belangen der kinderen betrof, noch waar het huisehjke aangelegenheden gold. Er werden hem van tijd tot tijd, indien het tenminste strikt noodzakelijk was, enkele mede-

Sluiten