Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat Jetje had moeten heeten, — verloren had. Daarna was er zijn zoontje Peter geboren. En verleden jaar was er Cornélie'tje verschenen, het kleine popje, dat hem een van zjjn hoogst zeldzame gelukkige oogenblikken wist te geven met haar guitigheid, en haar kraaiende lachjes, als zij hem zag. Zjjn jongen, Peter, was nu al, op achtjarigen leeftijd, een ernstig, te ernstig kind, in wiens donkere, diepe oogen vaak een oordeel over hen stond te lezen, een veroordeeling meestal, — want hjj voelde heel goed, hoe het kind instinctmatig partij had gekozen voor zijn moeder, hoe hjj haar altijd gelijk gaf, en hém innerlijk steeds iets verweet, al had de jongen wat hij in hem afkeurde, natuurlijk nog niet eens in woorden weten uit te drukken. Het was een gevoel van het kind, een gevoel door alles heen vóór zijn moeder, door alles heen tegen zjjn vader.

Aechtenskerke... hjj hield zooveel van dat goed, waar hij jong was geweest. Jong en gelukkig.

Maar hij moest het afwachten, wat het lot over hem beschikte ...

H.

Cornelius was alleen op zijn kamer, en keek een zending nieuwe muziek na, die hij zoo juist had ontvangen.

Zijn kamer was ruim en mooi, en lag, het achterste van een suite van vier kamers, aan den tuin. Zijn aristocratische zucht naar weelde en

Sluiten