Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— O, ik ben zoo dankbaar, Aagje, dat we nu weer samen zijn. Ik heb jullie zóó gemist...

— Heb je, Cornelius ? Dat doet me goed om te hooren. Want wij... want ik heb zóó geleden onder onze verwijdering ... Geloof je óók niet, dat 't 'n aanwijzing was, 'n hoogere beschikking dat we juist die tekst moesten hooren ?

— Ja, zei hjj, om haar genoegen te doen. Hjj was nooit zoo vroom geweest als zijn zusters, maar hjj had altijd hun geloof geëerbiedigd.

Annemarie, na zich eerst met Keetje bewogen te hebben op het veilig terrein van „de kinderen", was nu met haar over-gestapt op het andere neutrale terrein: „de dienstboden". Cornelius luisterde er even naar; geen intiem woord werd er tusschen die beiden gewisseld, zij praatten samen in vormelijk gesprek als vreemden, die bij elkaar een visite maakten. En kon het ook anders? Ach, neen ...

Hjj aarzelde: was het beter, om over al het voorgevallene maar heen te glijden, en voortaan met elkander om te gaan op koel-vriendschappeljjke wijze? Het was dan wel zeker, dat de diep-gewortelde wrok bjj Annemarie nooit zou verdwjjnen. En bjj Keetje nooit het gevoel van afstand, van onsaamhoorigheid; want Keetje gehoorzaamde aan wat zjj een ingeving noemde van hooger hand, maar zjj volgde niet zoozeer den drang van wat men „de stem des bloeds" noemen* kon...

Aagje, de goede, tactvolle Aagje, scheen iets te begrijpen van wat er in hem omging, en dat

Sluiten