Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cornelius, dat Annemarie Aagje tutoyeerde en Keetje met „u" aansprak? Neen, het was een intuïtieve fijngevoeligheid van haar, alsof zij ried, hoe beiden het zelf het liefste wenschten...

— Maar zeker! haastte Aagje zich te verklaren, en Keetje, wat effener, antwoordde ook:

— Natuurlijk, Annemarie.

Cornelius, om de stemming wat te veranderen, en ook omdat hjj er nieuwsgierig naar was, wilde iets gaan vragen over vroegere gemeenschappelijke kennissen; maar telkens schokte zjjn denken terug: Claude van Maugarny was dood.... Jetje Robbrechts ... haar naam durfde hij niet noemen in presentie van Annemarie... Joost van Minnebeeck, neen, over dien was het zeker beter maar niet te spreken... ha, Allert Ruys

— En hoe maakt 't m'n oude vriend, onze waarde neef, Allert Ruys?

— 0, best, antwoordde Keetje met waardigen* trots, hjj zit nog steeds in de Raad; hij is 'n zeer gezien en aanzienlijk man ...

— Ik weet 't! ik weet 't! riep Cornelius, en hij brak in een plotselingen schaterlach uit, o, die goeie Allert, die zich onsterfelijk „beroemd" heeft gemaakt met die zaak van 't aanleggen van 'n spoorweg-verbinding met Keulen, toen de Rotterdamsche Kamer van Koophandel, de groote deftigheid, zich daartegen kantte in 'n gewichtig advies! 0, o, wat heb ik gelachen, toen ik dat las!

— Dat is al zoo lang geleden, nietwaar, zei Keetje. We zijn nu immers overal per spoor mee verbonden ...

Sluiten