Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Nu, dat werd tijd, spotte Cornelius, als je bedenkt, dat er al meer dan tien jaar 'n verbinding tusschen Amsterdam en Haarlem bestaat, 't Is toch 'n toestand, dat 't lijk van Koning Willem II per schuit van Tilburg naar hier moest worden vervoerd! Annemarie en ik hebben de aankomst gezien, zij kon aan de Werf goede plaatsen krijgen, omdat haar vader daar zoo lang in betrekking is geweest, weet je wel, Annemarie, hoe ...

— Wij hebben die plechtigheid óok bij-gewoond, viel Keetje hem in de rede, en ik kan niet anders zeggen, dan dat dit tooneel 'n onvergetelijke indruk van wijding bij mij heeft achter-gelaten. Bij jou niet, Aagje?

— Ja, zei Aagje, al dat zwarte doek, waarmee alles behangen was, en de vlaggen halfstok en de treur-muziek... ik zal 't nooit vergeten.

— En vertel me eens, vroeg Cornelius nieuwsgierig, hoe gaat 't met Allert's vrouw? Is ze nog zoo mooi ? Is ze gelukkig met haar brave man ?

— Mooi is ze nog, zei Aagje, ze is misschien zelfs nog mooier dan als jong meisje, omdat haar statige, vorstelijke schoonheid, nu zij matrone is, beter tot haar recht komt. Maar of ze gelukkig is? Ze ziet er zoo „versteend* uit, zoo marmerachtig, zoo ...

— Ze heeft veel zorg om haar kind, zei Keetje. Haar eenige jongen is zwak van gestel, en kan niet goed leeren.

— Ach, hemel, zei Cornelius, en keek naar zijn eigen knappen zoon, wiens leerlust eer wat

Sluiten