Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getemperd dan aangevuurd worden moest. En hg vroeg naar Lodewijk Arckenbout en naar Camietje, en hg vroeg, en hij vroeg ... En Aagje vertelde, op haar eenvoudige en toch plastische wgze, zoodat het Cornelius was of hg ze om zich heen zag, zijn vroegere vrienden en vriendinnen, en hij lachte, en haalde herinneringen op uit vroeger tijd, en werd hoe langer hoe levendiger en opgewekter; de „weet je nog wel's" tusschen Aagje en hem gewisseld, werden al veelvuldiger... en Annemarie, die toeluisterde, voelde weer een stugge, koele vijandelijkheid tegen Cornelius zich besluipen. Natuurlijk bedacht hg niet, hoe buiten-gesloten zg zich moest voelen bij het praten over al die menschen, die zg niet kende... Het was zeker geen bewijs van tact, — van een liefdevol haar ontzien was bij hem in 't geheel nooit sprake! — haar zóó te laten merken, dat hg een geheel leven buiten haar om had geleefd, een leven, waarin hij haar nooit had laten deelen ...

O, Cornelius had haar nooit recht doen wedervaren. Hg had niet voor zgn vrouw geworsteld en gevochten, om haar de plaats te verzekeren die haar toekwam als zijn vrouw. Hij had de omstandigheden maar met zich laten spelen als een zwakkeling, als een onverschillige, gemakzuchtige egoïst...

Zg kon zich niet verheugen in Cornelius' bigde stemming, die hoe langer hoe uitgelatener werd, daar zij deze onsympathiek vond, en ook al weer een bewijs van zgn oppervlakkig karakter. Want

Sluiten