Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en 't groen was verflenst, maar van binnen waren ze gelukkig nog goed met de kraakschil en 't dunne, roomkleurige huidje en de zachte, fijne kern... 0, Rust en Lust! weet je nog de jasmijnen ? de blanke, groote jasmijnen, en de blauwe en gouden regen?

— En weet je nog de zwanen, vroeg Aagje, de witte met de zwarte koppen en de roode snavels, en weet je nog ...

Zij beiden verloren zich zóó geheel in het voorbije, dat het Keetje moest zijn, die er hen opmerkzaam op maakte, dat Annemarie „heel weinig aan dergelijk gesprekken had", en Aagje schrok, en maakte lief haar verontschuldigingen bij Annemarie; zij nam het niet kwalgk, wel? zij kon het zich wel begrgpen, dat zij werden meegesleept door hun hermneringen? en zij nam uit Annemarie's armen het kleine Cornélietje, en kuste het kind op het zachte, glanzige haar, en zij liet in zeer zachte streeling haar vingers gigden langs de blauwe aderen, die bij de slapen en de kleine wangen heen-schemerden door de porcelein-fijne huid van het kind, en zij beantwoordde met teedere innigheid den vragenden blik der kristal-heldere oogen van het kleine meisje. Ach, een kind ... zóó'nkindte bezitten ... Annemarie was wél een gelukkige vrouw...

Een kind... een kind, je gegeven door den man van je liefde... Ach, in haar jonge jaren had zij ook haar droomen gedroomd, haar illusièn gehad, haar onschuldige verlangens gekoesterd ... En als zij in de toekomst blikte, dan zag zij

Sluiten