Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet gelukkig mochten worden. Maar naarmate zjj ouder werd, was in haar het oude verlangen weer ópgewaakt, een verlangen naar de schoonheid, de volheid des levens, een verlangen dat nu geen bepaalde vormen meer aannam, maar haar kwelde als een verterend heimwee. Met droge, brandende oogen starend in het donker, doorleed zij de slapelooze nachten, en overdag kon zij opeens de handen klemmen op haar borst, omdat de leegte daarbinnen haar zoo'n pijn deed, zoo'u pijn...

Ook dat ondragelijke, wanhopige hopen was voorbij-gegaan. Haar geloof had haar behouden. Troost had zij gezocht en gevonden in bet gebed, in het lezen van rust-gevende boeken, in den omgang met den ouden dominé Wilhelmius, die haar had aangenomen, in het weldoen der armen. Berusting had zij opnieuw geleerd door het zien naar haar moeder, door het zien naar Keetje, die beiden zóóveel door het leven hadden verloren. Yerloren had zij immers niets...

Verloren, neen... zjj had alleen maar nooit iets gehad.

En toch, hoe ongelukkig zjj zich somtijds ook voelen kon, zij achtte zich nog bevoorrecht boven haar moeder en zuster. En de huwelijksaanzoeken, die haar in den loop der jaren gewerden, wees zjj met een besliste vriendelijkheid af. En ook dit gaf haar een gevoel van zelfvoldoening, dat zjj de kracht bezat om trouw te blijven aan de liefde harer jeugd, dat zij sterk genoeg was om een schijn-geluk af te wijzen, nn het ware geluk haar bleef ontzegd.

Sluiten