Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alles is nu voorbij, en je hebt te berusten!

— En... zei Aagje zacht, wij willen immers helpen met alles...

— Voorbij ? vroeg Annemarie met schamperen nadruk. M'n God, voorbij ? Nu begint de ellende pas, en ik sta voor alles alleen. Wat moet er van ons worden? Wat moet er van mijn jongen, Peter, worden? Dat kind, 't belooft zooveel, nu moet ik misschien z'n studie afbreken, en hem 'n baas laten zoeken, dat hij óók wat verdienen kan!

— Vergeet je ons, Annemarie? vroeg Keetje streng. We zullen dat toch nooit gedoogen, dat de familie van onze broer...

— En ik zal nooit gedoogen, riep Annemarie harstochtelijk, dat de familie van m'n man mij en m'n kinderen 't genadebrood laat eten! Nooit! nooit! Eer zal ik de straat schrobben, of als werkvrouw uit werken gaan, eer ik dat toelaten zal! De familie van m'n man, die mij niet goed genoeg heeft gevonden, z'n vrouw te zijn, die zal ons onderhouden, bah! ik zou mezelf verachten, als ik dat aannam. Nooit!

— Annemarie! riep Keetje, ontsteld. Wat is je plan?

— Dat meen je niet, zei Aagje, dat kan je niet meenen, vat 't zóó niet op! We zouden blij zijn, als we ... misschien nog iets goed konden maken ...

Annemarie schudde het hoofd, en wat kalmer zeide zij:

— Ik kan niet anders, dan m'n eigen weg gaan. Ik zeg dat nu zonder opwinding, en in

Sluiten