Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volle ernst. Wat Cornelius nooit heeft gekund, werken voor zijn gezin, dat zal ik doen, dat zal ik leeren doen, met deze handen.

— Dat zou niet de wensch van Cornelius zijn, zei Keetje weer streng en met nadruk.

— Dat is zoo, zei Annemarie, met een bittere ironie. Cornelius zou je aanbod hebben aangenomen. Maar, voegde zjj er, zelve haar scherpte wat verzachtend, bjj: hjj was dan ook jullie broer.

— En jij bent onze zuster...

Nog even moest Annemarie haar bitterheid uiting geven :

— Een zuster, zei ze, die nooit als zuster is beschouwd, en alleen op de koop toe is genomen, toen jullie berouw kregen na meer dan twintig jaren van gewilde scheiding L

— Wees niet zoo hard, Annemarie, zei Aagje. We hebben immers ruiterljjk onze schuld bekend. Wat kunnen we méér ? Laat de beleediging van je zelfgevoel niet beletten, dat je je verstand gebruikt: denk aan de toekomst van je kinderen...

— Daar denk ik aan, zei Annemarie jammerend, en omvatte haar hoofd met beide handen, maar ik kan, ik kan niet anders.

De sterke vrouw zoo radeloos te zien, greep Aagje hevig aan. Zjj voelde wel mee, wat Annemarie nu voelen moest, en zjj kon het ook wel begrijpen, dat Annemarie het „genadebrood" niet eten wou. Maar haar kinderen ... haar kinderen...

— 0! zei Annemarie, ik kan niet, ik kan niet! De brokken zouden me in de keel blijven steken, ik zou er in stikken, als ik dat eten

Sluiten