Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

min gen. Zij moest voort. En zij wilde kloek blijven, geen ontroering voelen, — zonder omzien voortgaan op den weg, dien het lot haar aanwees.

Het was avond. De vooravond van den kijkdag, en Annemarie wilde nog een laatsten rondgang maken door de beneden-verdieping om te zien, of zij niets had vergeten. Tn de bovenkamers was alles gebracht, wat zij meende te kunnen gebruiken voor haar pension, en met haar eigen handen had zij in Cornelius' kamer de groote portretten van zijn ouders afgehaakt, gele crayonportretten in zwart-glazen lijsten, zijn Vader met een ongepoederde donkere grisaille-pruik, zjjn Moeder met lange krullen langs het mooie, trotsche gezicht, — om deze bij haar schoonzusters te laten bezorgen. Haar zoontje sliep, en voor zij zichzelve ter ruste legde, wilde zjj zich overtuigen, dat alles in orde was.

Zij dacht sterk genoeg te zijn. Maar de uitstalling van al haar goederen, en het intieme en lieve zoo onbarmhartig tentoon-gesteld, greep haar toch hevig aan. In het beschikkingen maken den geheelen dag had zij zich wel goed kunnen houden, omdat haar geest zooveel afleiding had, maar nu was zij moe, zij voelde zich psychisch en physisch uitgeput, en zjj moest haar handen tot vuisten klemmen, om haar rondgang kalm te kunnen volbrengen.

Alles wat zjj niet strikt meende te behoeven had zjj bij een-gebracht. Iets bewaren, alleen om de herinnering, noemde zij in haar hardheid, die ook voor haar zelve hardheid was, sentimenteel;

Sluiten