Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als zij daarmee begon, waar was dan de grens? Aan alles was zij gehecht.

Een blik op de voorwerpen, die uit de gesloten kist van Joost van Minnebeeck waren gekomen, maakte haar weer vol wrevel en wrok. Want het „zilver" bleek waardeloos blik te zijn, blikken kandelaars, blikken kommen en kannen, — en zij wist niet, waarover zij zich meer verbazen moest, over de schandelijke onbeschaamdheid van Cornelius' „vriend", of over Cornelius' te groote, te onverschillige argeloosheid ...

Nog stond zij in gepeins verloren, toen haar een brief werd gebracht, dien zij gedachteloos open-brak. Hij was van de zusters, maar door Keetje geschreven, en ...

Zij begon te lezen, maar haar oogen kregen een uitdrukking van wilden toom, en op haar wangen brandde een vlammende blos, toen zij zag, dat het schrijven niets anders was dan een aanklacht en een bitter verwijt, dat zij het „waagde" om „Cornelius' goederen" in het openbaar te verkoopen. Dat zij schande riepen over haar, die dat'„durfde bestaan", en dat zij liever den geheelen inboedel hadden gekocht voor het dubbele, driedubbele van den prijs, dan te gedoogen, dat hun naam „op deze wijze in opspraak", op deze wijze „op straat" werd gebracht.

Dat was de laatste beleediging ...

Met heete kloppende slapen, terwijl een hartstochtelijke opwinding haar de keel beklemde, keek Annemarie neer op het papier in haar hand.

Dat was het laatste ... het laatste ...

Het gevleugelde WieL II. 5

Sluiten