Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat geloof ik werkelijk niet, want 't zijn geen slechte menschen, alleen maar zoo ontzettend bekrompen. Ik heb 't betreurd, dat de omgang zoo bruusk is afgebroken, 't zijn toch de zusters van je vader, en ze zijn goed voor Cornélie. Maar, och, hoe is 't gegaan. Na de dood van je vader wilden ze me hun hulp opdringen, — met de beste bedoelingen natuurlijk, en ik kon die niet aannemen, ik kón niet. Dat namen ze me kwalijk. En ook dat ik 'n pension ging oprichten. En dat ik 'n openbare verkooping hield... Enfin, toen ging 't hard tegen hard. Ik deed óok dingen, die ik maar beter gelaten had... ik het openlijk de familie-relieken verkoop en en de violen van je vader en zelfs de portretten... Ach, ik was mezelf óók niet in die tijd. Ik had zooveel meegemaakt... te veel...

— Ik weet 't, zei hij, ik weet meer van alles, dan u denkt, Moeder. Ik was toen nog maar 'n kind, dat is waar, maar veel van wat ik toen zag en hoorde, heb ik later begrepen, en in m'n geest kunnen verwerken. Ik weet, dat vader u niet gelukkig heeft gemaakt, ik weet, dat hij een egoïst was, die alleen maar leefde voor zichzelf, en... vindt u 't niet vreemd voor zoo'n jong kind ? maar ik heb eigenlijk nooit van hem gehouden.

— Ach, Peter, zei ze smartelijk. Oordeel niet te absoluut over hem. Ook hij was geen slecht, mensch, integendeel, bij was in vele opzichten te goed. Zijn tragische dood... stierf hij niet eigenlijk van wroeging, van berouw ?... en de

Sluiten