Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ja, zei hij eindelijk weer tot zich zelf komende, al word ik door m'n familie niet erkend, toch voel ik me 'n ware van Everden* En al m'n kracht zal er op gericht zijn, om ons oud geslacht weer de vroegere roem te geven. Met mijn vader daalde de lijn, met mij zal die, hoop ik, weer stijgen... 0, hoe trotsch zal ik zijn, als ik bereik, dat al m'n bloedverwanten tegen mjj zullen moeten opzien! Ik zal veel doen in m'n leven, Moeder. Niet alleen voor m'n eigen naam, maar ook, zoo ik er de macht toe heb, voor m'n stad. Grijpt 't u niet geweldig aan, als- u er aan denkt, wat Rotterdam was in uw jonge jaren, en wat 't nu is geworden? Hindert u niet 't achteruit-gaan van de handel, 't duffe in politiek opzicht, 't baas spelen van de overheid, en hun leven van bourgeois satisfait of van vroolijke Frans ?... Lijkt 't soms niet of Rotterdam er heelemaal onder zal gaan? We leven nu in •n vreeselijk tijdperk van stilstand en verval van Rotterdam als koopstad... De handelsschepen worden grooter, de groote stoombooten komen op, en de Belgen, die in dit opzicht zooveel energieker zjjn dan wij, maken van Antwerpen een gevaarlijke concurrent... Hoe ik 't zal doen, weet ik nog niet, maar aan Rotterdam moet z'n oude befaamdheid worden terug-gegeven ...

En dan, Moeder, vroeg hij, met opeens een mooien, jongen glimlach, die zjjn altijd wat stug gezicht knap en aantrekkelijk maakte, als het zoover is, als ik onze naam in eer heb hersteld, als ik 'n gevierd en aanzienlijk koopman geworden

Sluiten