Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij waren nog aan het dessert, want het tafelen had lang geduurd: voor de eerste maal sinds dagen hadden zij met smaak gegeten, werd er door Roelofje op een zilveren blad een briefje binnen gebracht.

— Mevrouw, zei ze opgetogen tegen tante Keetje, wier adres op het briefje stond vermeld: 't werd gebracht door een huzaar!

— Zoozoo, zei tante Keetje, vergenoegd tastend naar haar in gouden en zilveren kralen door Cornélie bewerkt brillenhuis, dat met een zilveren klamp hing aan haar ceintuur, en is er antwoord op noodig, Roelofje?

— Jawel, mevrouw.

— 't Is goed, kind, ga jij dan nu maar heen, juffrouw Cornélie zal je wel bellen voor 't antwoord. Laat de huzaar zoolang in de keuken, en geef hem 'n glas bier.

— Graag, juffrouw, alsjeblieft, juffrouw, zei Roelofje, verlangend een dier dappere helden het keuken-departement te mogen binnen-leiden en zij verdween met zóó'n haast, dat Cornélie er om moest lachen, terwijl zij nieuwsgierig vroeg:

— Wat zou dat wezen, tante?

— We zullen zien, zei tante Keetje, die even nieuwsgierig als Cornélie en Aagje, toch nooit geheel haar bezadigde deftigheid verloor. Zij hield het briefje ver van haar oogen, en las:

Zeer waarde nichten!

Vergun me mij aan U voor te stellen als Uw bloedverwant; ik ben namelijk aan U geparenteerd van moederszijde, dat is:

Sluiten