Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zie eens een enkele maal naar mij, naar je tante Aagje, ach, zie, hoe ongelukkig ik ben ...

Maar tante Aagje was mijlen-ver uit Cornélie's gedachten. Zij was overstelpt door een ongekende, gelukkige vreugde, die haar zoet bedwelmde. En Aagje voélde het als 't ware, hoe er tusschen Otto's ziel en die van Cornélie een geheimzinnige wisselwerking plaats had, waarbij geen woorden noodig waren voor het elkaar innig verstaan... Zij voelde haar lieveling van zich weg-glijden, weg-glijden ... naar een toekomst, waarin geen plaats was voor haar... en zij zat hier, met onmacht geslagen, en moest het lijdelijk aanzien, dat haar schat voor haar verloren ging... Zij kon niet hard-op- klagen en jammeren, zij moest berusten, want wat komende was, wist zij nog maar alleen ...

0, als zij de betoovering maar even breken kon. Maar Cornélie was zóo bevangen in haar roes van eerste verliefdheid, dat zij daar maar zat, en werktuigelijk de naald heen en weer door haar borduurwerk haalde. In haar wangen vertoonden zich zachte kuiltjes, en haar fijne roode lippen waren even geopend in een glimlach van licht geluk ...

— Cornélie, waarschuwde zij, zou je niet even naar de eetkamer gaan, en toezien op 't souper...

Want ofschoon Aal en Roelofje alles goed wisten, was het toch steeds de gewoonte, dat Cornélie - een laatsten blik op alles wierp. Maar Cornélie... wendde zich juist met een allerliefsten oogopslag naar Otto om, en beantwoordde

Sluiten