Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezelfde Keetje? Zij, die daar nu zat, als een goed-ronde, wei-gehumeurde oude vrouw, die grappen kon maken, en om grapjes kon lachen ...

En zij? Ach, wat voelde zij zich ellendig. En niemand lette op haar, niemand nam notitie van haar, niemand zag de pijn, die zij leed. Waar was nu Cornélie's belangstelling voor haar „tantetje", haar „lieve-oudje," die zij zoo graag verwende, omdat „tantetje haar haar heele leven had verwend?"

O, dat kind, dat hartelooze, oppervlakkige kind... waar was haar kinderlijke liefde, haar aanhankelijkheid, was die dan niets als zelfzucht» koude, berekenende zelfzucht geweest? Ach neen, God neen, dat toch niet; het kind had waarachtiig van haar gehouden ...

Had ... van haar gehouden ...

Zij schrikte zoo van deze gedachte, dat zij een huivering zich door de schouders voelde gaan. Zij dronk een teug wijn, om zich wat te herstellen, eten kon zij bijna niet, maar zij had een koortsi* gen dorst. Zij liet Roelofje een kruik Seltzerwater halen, en toen zij in haar groot kristallen glas, dat nog van haar vader afkomstig was, en dat zwaar en sierlijk uit één stuk rotskristal was geslepen, uit de karaf bij haar bord wat wijn wilde schenken, zag zij hoezeer haar vingers beefden. En een glimlachje kwam om haar lippen, een stil, droef glimlachje van zelf-medelijden en verdriet. Maar niemand merkte het op ...

Met half-geopenden mond als van een kind, en met schitterende oogen, luisterde Cornélie naar

Sluiten