Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Otto, die het banket bij den burgemeester beschreef.

— Van Vollenhoven is een beste man, zei tante Keetje met veel overtuiging.

— Groote zilveren kandelaars en zilveren dessert-manden en zilveren jardinière's, 'n geschitter, en 'n bloemen, en 'n feestelijkheid, en 'n menu ... kolossaal.

— Vertel eens, vroeg tante Keetje nieuwsgierig. En was er geserveerd a la Francaise of a la Busse?

— Wat is daar 't verschil tusschen, tante? vroeg hij lachend, met al zijn mooie tanden bloot.

— Kom, jongen, dat weet je toch wel; bjj 't Fransche tafeldienen wordt de soep-terrine vervangen door 'n tusschen-gerecht en in plaats van de comforen plaatst men ook entremets, en daarna de gemonteerde assietten voor 't dessert. A la Busse is, als 't dessert direct op tafel staat, en niets anders: taarten, geleien, gember, compotes van vruchten op brandewijn, confituren, vruchten en suikergoed ...

— 0, dan was 't a la Busse, zei Otto en hjj lachte weer. 0, wat lachte die „jongen", en wat een schik had „tante" Keetje in hem! Maar Keetje niet alleen!

— En de wjjn was voortreffeljjk: na de soep madera, bjj de visch chablis, na de eerste gang chambertin...

— Maar 't menu, drong tante Keetje aan, 't menu...

— Tante, ik heb 't zoowaar, nog bij me, zei

Het gevleugelde Wiel. II. 9

Sluiten