Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zóó eindeloos duren ... Zou zij nooit meer alleen zijn, om te kunnen huilen... zou die doodelijke vrees dan nooit meer een einde nemen...

— Met hoevelen of jullie waren?

— 0, wel met ons twintigen of dertigen, tante.

— Ja, zie je wel, dan hadden het toch kalkoenen moeten zijn. Maar zeg, waar lachen jullie zoo om?

— 0, tante... hij ... vertelt van 'n luitenant, die zóó ijdel is, zóó ijdel...

— Ja, tante, 'n kameraad van mij, 'n beste jongen, maar ridicuul ingebeeld. .. Eens zag ik hem staan op 'n bal, leunend tegen 'n pilaar, allen dansten om hem heen, en ik vroeg hem zoo: hoe voel jij je nu wel, jij, de eenige, die met danst? En hij antwoordde dadelijk, zonder zich te bedenken:

— Als de zon waarom alles draait.

— Ad rem, lachte tante Keetje, met haar goedig lachje van oude vrouw, en Otto vertelde al weer een andere mop, van een soldaat, die beminde op rijm, en zijn geliefde allerlei ulevellenrijmpjes stuurde, bijvoorbeeld:

'k Hoop, dat ge mg óok minnen gaat. Klaas van Honweling soldaat.

Maar de vader van 't meisje en 't meisje zelf wilden niets van de vrijerij weten, omdat van Houwehng nog maar gemeen soldaat was. Toen werd hij sergeant, en begon opnieuw:

Ach, schenk mg nu toch hart en hand,

Klaas van Honweling, sergeant.

Sluiten